7 misverstanden over verenigingen

Welke misverstanden over verenigingen zijn er?

Volleybalster op volleybalveld

Geschreven door

NM

Niels Molenaar

Marketeer

Er bestaan nogal wat hardnekkige misverstanden over verenigingen, op allerlei fronten. Van de financiële regels voor verenigingen tot aaansprakelijkheid en besluitvorming. Maar hoe zit het dan wél? We zetten de meest voorkomende misverstanden op een rij.

Misverstand 1: een vereniging mag geen winst maken

Daar kunnen we kort over zijn: dit is onjuist. Een vereniging mag namelijk wel degelijk winst maken. Het doel van de vereniging mag alleen niet zijn om winst te maken. Bovendien moet de winst die zij maakt ten goede komen aan het doel van de vereniging en mag deze dus niet onder de leden worden verdeeld.

Misverstand 2: een vereniging en een stichting zijn hetzelfde

Ook al niet waar. Hoewel beide organisatievormen als non-profit kunnen worden uitgevoerd, is er een cruciaal verschil: een vereniging heeft leden die inspraak hebben via een Algemene Ledenvergadering (ALV), terwijl een stichting geen leden heeft. Een stichting wordt bestuurd door een bestuur dat zelf de koers bepaalt. Verenigingen zijn democratischer en gericht op samenwerking, terwijl stichtingen vaak slagvaardiger zijn bij het nastreven van een specifiek (ideëel) doel.

Misverstand 3: bestuurders zijn nooit persoonlijk aansprakelijk

Je zou het misschien niet verwachten, maar bij een informele vereniging (niet ingeschreven bij de KvK) zijn bestuurders vaak wél privé aansprakelijk. Er zijn voorbeelden bekend van verenigingsbestuurders die hun huis hebben moeten verkopen vanwege wanbestuur van de vereniging. Ook bij een formele vereniging kunnen bestuurders aansprakelijk zijn bij onbehoorlijk bestuur, zeker na de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Misverstand 4: verenigingen zijn altijd vrijgesteld van BTW

Het ontbreken van een winstoogmerk betekent niet automatisch dat een vereniging geen BTW hoeft te betalen. Als de vereniging goederen of diensten levert (zoals horeca in een kantine of entreeheffing), kan zij BTW-plichtig zijn. Een vereniging is BTW-ondernemer als zij zelfstandig en regelmatig economische activiteiten verricht. Veel verenigingen zijn vrijgesteld vanwege hun aard, zoals sportclubs, sociaal-culturele instellingen of jeugdwerk.

Misverstand 5: het bestuur kan zomaar een lid royeren

Royement (uitzetting) is aan strikte regels gebonden. Het bestuur van een vereniging kan een lid royeren (ontzetten) wanneer dit lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Denk hierbij aan wanbetaling, fraude of wangedrag. Dit is een zware maatregel. Voor royement moet het lid worden gehoord en het besluit (schriftelijk) gemotiveerd zijn.

Misverstand 6: je moet altijd naar de notaris voor oprichting

Ook niet juist. Een (zogenoemde informele) vereniging kun je zonder notaris oprichten. Je kunt dit gewoon bij de Kamer van Koophandel (KvK) doen. Dit is ideaal voor kleine clubs, buurtverenigingen of verenigingen zonder grote financiële risico's. Wil je echter volledige rechtsbevoegdheid en bijvoorbeeld ook onroerend goed kunnen kopen (een eigen clubhuis!), dan heb je wel een notariële akte nodig.

Misverstand 7: het bestuur mag alles beslissen

Zeker niet, een verenigingsbestuur mag niet alles beslissen. Het bestuur beheert de dagelijkse gang van zaken, maar belangrijke besluiten (zoals statutenwijzigingen, begroting, of ontbinding) liggen bij de Algemene Ledenvergadering (ALV). De ALV heeft dus de hoogste macht binnen een vereniging. Het bestuur voert het beleid uit, maar moet verantwoording afleggen aan de leden. Het bestuur moet handelen in het belang van de vereniging en voldoen aan wet- en regelgeving. De statuten bepalen de grenzen van de bestuursmacht.

Deel